Coachingbureau INZICH-T
Utrecht

Berichten
adhd-Xtra
Live informatie van adhd-Xtra

NEGPS

NEGPS Negativistische (passief-agressieve) Persoonlijkheidsstoornis


De negativistische persoonlijkheidsstoornis is opgenomen in de bijlage van de DSM-IV, en dus geen 'officiƫle' PS. Diverse deskundigen vinden de NEGPS juist wel een zinvolle en goed te onderscheiden categorie. Millon is hiervan een voorbeeld. Hij spreekt van een actief-ambivalent patroon en onderscheidt de volgende karakteristieken:

Gedragsniveau: snel gebelgd raken of met wrok reageren op anderen; niet graag verwachtingen of wensen van anderen vervullen; ondermijnen van plezier en ambities van anderen.


Gedragsniveau: onvoorspelbare wisselingen in de omgang met anderen: dan weer vijandig aandoend onafhankelijk gedrag, dan weer een verzoenende afhankelijke opstelling; afgunstig naar mensen die succes hebben.


Cognitief: pessimistische kijk op het leven; cynisch en vol twijfels zijn, met ongeloof en wantrouwen reageren op positieve gebeurtenissen

Cognitief: zelfbeeld vol ontevredenheid en desillusies; onbegrepen en niet gewaardeerd voelen door anderen; wisseling tussen dan weer zichzelf en dan weer anderen de schuld geven van ongeluk en mislukkingen.
Cognitief: Herinneringen, beelden van anderen bevatten veel tegenstrijdigheden (ambivalenties) die ook weer tegenstrijdige en conflictueuze gevoelens opwekken. Dit hangt samen met de neiging om plezier en succes van anderen teniet te doen.


Intrapsychisch: Neiging om boosheid en andere 'negatieve' emoties op minder belangrijke personen of situaties te richten in plaats van op de persoon die er de aanstichter van is; passieve uitingen van boosheid als uitstellen, vergeten, zaken laten versloffen.
Intrapsychisch: kampend met angst, boosheid en frustratie, schuldgevoelens, die afgeweerd moeten worden; vaak tegenstrijdige doelen en onvoldoende zelfdiscipline Temperament/stemming: gemakkelijk geprikkeld of verveeld raken, bijvoorbeeld bij frustraties; ongeduldig en onredelijk boos naar autoriteiten.


Toelichting

Iemand met een negativistische PS valt op door zijn wisselingen in gedrag. Hij kan zich aanpassen aan anderen en iets later opeens gaan dwarsliggen of saboteren. Hij worstelt met ambivalente gevoelens naar zichzelf en anderen. Zo kan hij soms met zijn chagrijnige buien de stemming van anderen bederven, en vervolgens weer met schuldgevoelens en zelfafwijzing begrip of sympathie oproepen. Hij zal vaak twijfelen of hij actief of passief moet reageren. Onvrede wordt nogal eens indirect en/of passief geuit, bijvoorbeeld door hulpeloos of claimend gedrag. Stemmingswisselingen en heftige gevoelens, waaronder kwaadheid, komen regelmatig voor.


Vaak kunnen mensen met een NEGPS vrij goed hun subjectieve ongemakken beschrijven, maar hebben ze moeite om de conflicten en ambivalenties die er aan ten grondslag liggen onder ogen te zien. Ze zijn sceptisch ten aanzien van de mogelijkheid tot verandering en durven zich niet volledig met iets of iemand te verbinden. Eerder zullen ze voorbarig weer van koers veranderen.


Door zijn tegenstrijdige doelen en verlangens, voortijdig afbreken van inspanningen en het teniet doen van eigen successen, verspilt de negativist zijn energie en brengt hij anderen vaak in verwarring of put hij anderen uit. Relaties kan hij beginnen met een 'blind optimisme'. Vervolgens gaat hij, gevoed door zijn negatieve ervaringen, de ander testen en frustreren, waarmee hij dan de volgende desillusie bewerkstelligt.


Risicofactoren


Biologisch:
- temperament: erfelijke factoren kunnen bijdragen aan bijvoorbeeld snel geprikkeld raken, stuursheid of koppigheid.
- hoog niveau van reticulaire activiteit of overheersing van het sympathisch systeem van het autonome zenuwstelsel.
- baby's die erg onrustig zijn en onvoorspelbaar in hun stemmingen kunnen eerder inconsistente en verkeerde reacties bij de ouders oproepen.
- kinderen die zich onregelmatig ontwikkelen (bijvoorbeeld heel intelligent, maar emotioneel onrijp) lopen hetzelfde risico.

Psychologisch:
- tegenstrijdigheden en onvoorspelbaarheden in de opvoeding en bejegening door de ouders, met als gevolg: veel tegenstrijdigheden en onduidelijkheden in hoe zij zichzelf en anderen zien.
- tegenstrijdigheden in de wijze van communiceren in het gezin van herkomst (bezorgde uitspraken met een onverschillige mimiek, liefdegevoelens uitspreken en ook het kind hiertoe uitnodigen, maar deze dan afwijzen). Kinderen blijven in het ongewisse over wat hun ouders willen en verlangen.
- chronische conflicten tussen opvoeders, waarbij het kind met steeds wisselend gedrag een van de ouders rustig probeert te stemmen, gemangeld wordt en niet zichzelf kan zijn.
- 'angst en schuld-training': bovenbeschreven spanningen, of directe boodschappen van de ouders kunnen tot bovenmatige angst en schuldgevoelens leiden, die weer leiden tot ambivalenties in denken en voelen en tot aarzelingen in gedrag.


Bron:
Millon, T & Davis, RD (1996). Disorders of Personality DSM-IV and Beyond. John Wiley & Sons, New York.
Frank Kraaijeveld